De Gelderlander

De eenvoud van 'n porseleinen lap

De kist met de inzending is onderweg. Van Tolkamer naar Korea.
Het keramiek van beeldend kunstenaar Marga Knaven is er dit najaar te zien op de Biënnale.

Is deelname aan deze wereldtentoonstelling voor u belangrijk?
"Ja. Op de Biënnale wordt getoond wat er nu op het gebied van keramiek gebeurt. Ik wil weten waar ik sta. Ik ben beeldend kunstenaar en ik wil iets toevoegen. Ik wil achter aan sluiten in de grote historie."

Klinkt heel ambitieus, hoe wilt u dat bereiken?
"Door te zoeken naar de essentie, de essentie van het werk. Ik wil dat het gaat over een soort eenvoud. Mijn werk moet eruit zien als een soort vanzelfsprekendheid. Alsof het zo moet zijn. Ik wil niet iets maken wat er al is. Ik hoef niet de makkelijkste weg."

Marga Knaven

Wat maakt u?
"Vouwsels. Ik maak een grote lap porselein, gekleurd met allerlei pigmenten en ik ga die lap vouwen. De eigenschap van het materiaal is dat ik het kan buigen. Het is lekker zacht, het doet wat ik wil. Ik probeer zo te vouwen dat de lap steeds losser wordt en ik me er steeds minder mee bemoei. Alsof het zichzelf gevouwen heeft en alsof de kijker er nog iets aan kan veranderen. Maar dat kan niet, want het is gebakken."

Waarom werkt u met matte, ingetogen kleuren?
"Ik wil geen glazuur, het haalt de puurheid van het werk af, vind ik. Iemand zei toen ik met deze pigmenten wilde beginnen: dat lukt je niet, deze pigmenten en keramiek. Nou, iets kan pas niet nadat je het onderzocht hebt. Als je je door alles laat tegenhouden, kom je nergens."

Wat wilt u met uw werk?
"Ik ga ervan uit dat de kijker niet kijkt met de ogen van de kunstenaar. In het proces moet de kunstenaar daarom als het ware terugtreden in het werk, ik wil de kijker niet sturen, want dan kijkt niemand dieper. Als het je lukt mensen op een andere manier te laten kijken, gaat er een andere deur open. Ik probeer de mensen op een laag te laten komen waarin de dingen niet zijn wat ze lijken. Dat is ook iets voor mezelf om uit te vinden. Het werk moet eruitzien alsof het zichzelf gemaakt heeft. Ik maak vouwsels, geen lappen textiel."

Waarom wilde u beeldend kunstenaar worden?
"Waarom, waarom. Het was niet zo waarom. Toen ik twaalf, dertien was had ik al het idee: dát ga ik doen. Ik wist wat ik wilde. Ik werkte veel met klei, het bleek dat ik dat kon. Ik ging naar de Academie in Den Bosch, die heeft een hele goede keramiek-afdeling. Het waren de jaren zeventig. Er werd gewerkt aan: wat maak je, wat doe je? Dat was de tijdgeest. Nu komt het in de opleiding meer aan op de structuur."

Weet u wat u wilt maken als u aan nieuw werk begint?
"Ik kan er een tijdje over doen, maar als ik het helder heb, weet ik wat er gaat gebeuren. Eigenlijk is dat intuïtief. Ik maak een grote kleurmassa, giet dat tot een grote porseleinen plaat en daarmee ga ik bouwen en vouwen. Net als een bakker het deeg vouwt. In eerdere periodes heb ik objecten gemaakt die waren afgeleid van een pot of een vaas, zeg maar een containervorm. Mijn werk gaat over ruimte, de ruimte die het inneemt. Mijn werk gaat over keuzes. De keuze voor mooi of lelijk. Kunst gaat ook over schoonheid. Aziaten hebben een heel andere definitie van schoonheid dan wij, Europeanen. In Europa bijvoorbeeld heeft schoonheid te maken met perfectie. Voor mij heeft schoonheid te maken met eenvoud."

Wat hoopt u ooit te bereiken?

"Een buitenlandse tentoonstelling. In Korea. Dat zou mooi zijn. Als het gebeurt is dat een erkenning."

 

Copyright en met dank aan De Gelderlander, Marchel Chevalking.
Foto Jan van den Brink

13 08 2011